ECLI:NL:RBAMS:2004:AO7870
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A.M. van Oosten
- P.K. van Riemsdijk
- W.M.C. van den Berg
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel in voorkenniszaak
De rechtbank Amsterdam heeft op 20 april 2004 uitspraak gedaan in een zaak betreffende een ontnemingsvordering in een voorkennisstrafzaak. De officier van justitie vorderde het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel werd geschat en de verplichting tot betaling daarvan aan de Staat.
Verdachte werd veroordeeld voor overtreding van een voorschrift uit de Wet toezicht effectenverkeer 1995. De rechtbank stelde vast dat het voordeel betrekking had op de aankoop van 117 aandelen Kempen & Co N.V., waarbij verdachte via de bankrekening van zijn partner handelde. Ondanks het verweer dat het voordeel aan de partner toekwam, oordeelde de rechtbank dat vanwege de gezamenlijke huishouding en verwevenheid van financiële belangen het voordeel aan verdachte toegerekend kon worden.
Het netto wederrechtelijk verkregen voordeel werd vastgesteld op €3.776,02, na aftrek van provisiekosten. De rechtbank legde aan verdachte de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen, conform artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. De beslissing werd genomen door de vijfde meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam, onder voorzitterschap van mr. A.A.M. van Oosten.
Uitkomst: Verdachte is verplicht tot betaling van €3.776,02 aan de Staat als wederrechtelijk verkregen voordeel.