ECLI:NL:RBAMS:2004:AO8986
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.P.C. Janssen
- P.K. van Riemsdijk
- N.A. Aalbers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak moord wegens gebrek aan bewijs en veroordeling voor illegaal verblijf
De rechtbank Amsterdam sprak verdachte vrij van de ten laste gelegde moord wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Hoewel aanwijzingen en vermoedens bestonden over betrokkenheid bij een mislukte drugsdeal en een daarop volgende liquidatie, kon de rechtbank niet met zekerheid vaststellen welke rol verdachte daarin speelde. De informatie uit de Centrale Inlichtingen Eenheid kon niet als bewijs worden gebruikt en getuigenverklaringen waren onvoldoende concreet.
Verdachte werd wel veroordeeld voor het verblijven in Nederland terwijl hij wist dat hij op grond van de Vreemdelingenwet tot ongewenste vreemdeling was verklaard. De rechtbank achtte dit bewezen en strafbaar en legde een gevangenisstraf van vier maanden op. Hierbij werd rekening gehouden met het feit dat verdachte de openbare orde verstoorde en het vreemdelingenbeleid frustreerde.
De rechtbank bepaalde tevens dat de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis had doorgebracht in mindering werd gebracht op de straf. Verder werden enkele persoonlijke eigendommen van verdachte teruggegeven. Het vonnis werd uitgesproken door drie rechters op 6 mei 2004.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van moord wegens gebrek aan bewijs en veroordeeld tot 4 maanden gevangenisstraf voor illegaal verblijf.