ECLI:NL:RBAMS:2004:AO9681
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.G. van der Schroeff
- W.M.C. van den Berg
- J.N.A. Jolink
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende betrouwbaar bewijs in moordzaak uit 1988
De rechtbank Amsterdam behandelde de strafzaak tegen twee verdachten die werden verdacht van betrokkenheid bij de moord op mevrouw G.M. de Vries in 1988. De zaak werd behandeld in meerdere zittingen in maart en mei 2004. De officier van justitie stelde dat de verdachten de ten laste gelegde feiten hadden begaan, maar technisch bewijs ontbrak.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs voornamelijk gebaseerd was op getuigenverklaringen, die door het lange tijdsverloop en wisselende verklaringen van enkele getuigen als onbetrouwbaar en niet geloofwaardig werden beoordeeld. De herinneringen waren mogelijk ernstig verstoord doordat de moord in de kring van betrokkenen steeds ter sprake kwam.
Hoewel de rechtbank erkende dat er voldoende gronden waren voor voorlopige hechtenis, concludeerde zij dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kon worden. Daarom sprak de rechtbank de verdachten vrij en hief het bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: De rechtbank sprak de verdachten vrij wegens onvoldoende betrouwbaar bewijs.