ECLI:NL:RBAMS:2004:AQ5032
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens niet strafbaar houden van absint met thujon onder wettelijke limiet
Op 28 februari 2003 werd bij verdachte een fles absint aangetroffen die ter verkoop voorhanden was. Een deskundigenrapport toonde aan dat de drank 12,8 mg/l thujon bevatte, een stof die onder de Absintwet 1909 verboden is vanwege gezondheidsrisico's. Verdachte werd vervolgd wegens overtreding van deze wet.
De verdediging voerde aan dat de Absintwet 1909 onverbindend verklaard moest worden, omdat het verkoopverbod te onbepaald is en in strijd met Europese regelgeving. De politierechter verwierp dit verweer, verwijzend naar de parlementaire geschiedenis en Europese richtlijnen die de aanwezigheid van thujon in levensmiddelen reguleren.
De rechter oordeelde dat de drank als een 'bitter' kon worden aangemerkt, waarvoor een hogere toegestane thujonlimiet geldt (35 mg/kg). Aangezien het thujongehalte van de drank lager was dan deze limiet, was het ter verkoop voorhanden hebben niet strafbaar. Verdachte werd daarom vrijgesproken en ontslagen van alle rechtsvervolging. De in beslag genomen fles werd aan verdachte teruggegeven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat het thujongehalte van de absint lager is dan de wettelijke limiet voor bitters.