ECLI:NL:RBAMS:2004:AQ5053
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging voor verkoop absint vanwege naleving thujonnormen
De politierechter te Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die ervan werd beschuldigd absint ter verkoop voorhanden te hebben gehad op 5 maart 2003. Een fles absint met een alcoholpercentage van 85% werd onderzocht en bleek een thujongehalte van 0,36 mg/l te bevatten, wat aanzienlijk lager is dan de toegestane 35 mg/kg voor bitters volgens Europese regelgeving.
De verdediging stelde dat de Absintwet 1909 achterhaald is en dat de verkoop van absint gedoogd zou moeten worden, mede omdat Nederland het enige land is waar het nog verboden is. De politierechter oordeelde dat de wet nog steeds van kracht is, maar dat de moderne absint door de lage thujonwaarde niet strafbaar is.
Op basis van deskundigenverklaringen en Europese richtlijnen werd geconcludeerd dat de drank als bitter kan worden aangemerkt en dat het thujongehalte binnen de wettelijke grenzen valt. Daarom werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging. Daarnaast werd verdachte vrijgesproken voor de overige flessen waarvan geen onderzoek naar de inhoud was gedaan.
Ten slotte werd de teruggave van de in beslag genomen flessen aan verdachte gelast. Het vonnis werd uitgesproken op 23 juli 2004 door politierechter M.J.E. Geradts.
Uitkomst: Verdachte werd ontslagen van alle rechtsvervolging omdat het thujongehalte van de absint binnen de toegestane norm viel.