ECLI:NL:RBAMS:2004:AQ6063
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.D. Bonga-Sigmond
- P.B. Martens
- J.N.A. Joling
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering opgeëiste persoon aan Frankrijk op grond van Europees Aanhoudingsbevel wegens illegale handel in verdovende middelen
De rechtbank Amsterdam behandelde op 30 juli 2004 de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan Frankrijk op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De opgeëiste persoon werd verdacht van illegale handel in verdovende middelen en was veroordeeld tot een vrijheidsstraf van vier jaar, waarvan nog 38 maanden en 12 dagen resteren.
De verdediging voerde verschillende verweren aan, waaronder dat Frankrijk het Kaderbesluit EAB niet in nationale wetgeving had omgezet en dat de vordering niet tijdig was ingediend. De rechtbank verwierp deze verweren, onder meer omdat het EAB correct was uitgereikt en de vordering binnen de wettelijke termijn was ingediend. Ook werd geoordeeld dat de opgeëiste persoon voldoende op de hoogte was gesteld van het EAB, ondanks twijfel over zijn handtekening op de akte van uitreiking.
Hoewel het oorspronkelijke vonnis in Frankrijk bij verstek was gewezen en de opgeëiste persoon niet in persoon was gedagvaard, gaf de Franse justitiële autoriteit garanties dat hij na overlevering een nieuw proces zal krijgen met alle waarborgen voor zijn verdediging. De rechtbank concludeerde dat aan alle eisen van de Overleveringswet was voldaan en stond de overlevering toe.
De uitspraak werd gedaan door de negende meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam, waarbij de opgeëiste persoon afzag van zijn recht om bij de uitspraak aanwezig te zijn. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Frankrijk toe voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf wegens illegale handel in verdovende middelen.