ECLI:NL:RBAMS:2004:AQ6067
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- R.B. Kleiss
- R. De Ruijter
- Rechtspraak.nl
Toestaan overlevering op grond van Europees Aanhoudingsbevel wegens ontvoering
De rechtbank Amsterdam behandelde op 16 juli 2004 een verzoek tot overlevering van een persoon aan de Franse autoriteiten op grond van een Europees Aanhoudingsbevel (EAB). De opgeëiste persoon wordt verdacht van twee strafbare feiten: ontvoering en wederrechtelijke vrijheidsberoving (feit a) en geweldpleging met tijdelijke arbeidsongeschiktheid (feit b).
De verdediging voerde aan dat de officier van justitie niet ontvankelijk moest worden verklaard vanwege verwarring tussen de Uitleveringswet en de Overleveringswet, en dat feit b niet tot overlevering kon leiden. De rechtbank oordeelde dat deze verwarring niet tot nadeel van de opgeëiste persoon heeft geleid en passeerde het verzoek tot niet-ontvankelijkheid. Tevens werd vastgesteld dat feit b niet voldoet aan de vereiste strafdreiging van een vrijheidsstraf van ten minste twaalf maanden volgens het Franse recht, waardoor overlevering voor dit feit niet toegestaan is.
De rechtbank concludeerde dat aan alle voorwaarden van de Overleveringswet voor feit a was voldaan en stond de overlevering voor dit feit toe. De opgeëiste persoon ontkende schuld, maar kon dit niet aantonen en er was geen gebrek aan een vermoeden van schuld. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer onder voorzitterschap van mr. A.J.R.M. Vermolen.
Uitkomst: Overlevering van de opgeëiste persoon aan Frankrijk wordt toegestaan voor ontvoering, maar niet voor geweldpleging.