ECLI:NL:RBAMS:2004:AQ7058
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Staat niet-ontvankelijk in verbod tot verbanning demonstrant bij gerechtsgebouw Amsterdam
De Staat vordert een verbod voor de gedaagde om zich in de omgeving van het gerechtsgebouw te Amsterdam te bevinden, omdat hij medewerkers en bezoekers van de rechtbank uitscheldt en lastigvalt met antisemitische en beledigende uitlatingen. De gedaagde manifesteert zich vrijwel dagelijks op de openbare weg nabij het gerechtsgebouw, waarbij hij Palestijnse vlaggen toont en opruiende leuzen schreeuwt.
De rechtbank stelt vast dat het gedrag van de gedaagde de openbare orde rond het gerechtsgebouw verstoort en afbreuk doet aan de neutraliteit en integriteit van de rechtspraak. Echter, de voorzieningenrechter overweegt dat de Staat eerst de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhavingsmogelijkheden moet benutten, zoals de Wet Openbare Manifestaties en de bevoegdheid van de burgemeester tot handhaving van de openbare orde.
De civielrechtelijke vordering wordt daarom als niet-ontvankelijk afgewezen, omdat deze slechts als ultimum remedium kan worden ingezet wanneer andere middelen zijn uitgeput. De Staat wordt veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van terughoudendheid bij civiele maatregelen ter bescherming van overheidsgebouwen en de voorkeur voor bestuursrechtelijke handhaving.
Uitkomst: De Staat wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot verbod van de gedaagde nabij het gerechtsgebouw te Amsterdam.