ECLI:NL:RBAMS:2004:AR2995
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Sj.A. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod op concurrerende werkzaamheden ex-werknemers vermogensbeheerder
Kempen & Co N.V. en haar dochter Kempen Capital Management N.V. vorderden in kort geding een verbod tegen zeven ex-werknemers om concurrerende werkzaamheden te verrichten bij een andere vermogensbeheerder. De ex-werknemers hadden hun dienstverband opgezegd en waren overgestapt naar NIB Capital, een directe concurrent.
Kempen stelde dat er sprake was van onrechtmatige concurrentie, onder meer omdat de ex-werknemers vertrouwelijke klantgegevens en knowhow zouden gebruiken en stelselmatig klanten van Kempen zouden benaderen. Tevens verwees zij naar een beëindigingsovereenkomst met een sabbatical leave voor één ex-werknemer waarin concurrentie was verboden tot 1 juli 2004.
De rechtbank oordeelde dat geen non-concurrentiebeding was overeengekomen met de meeste ex-werknemers en dat de termijn van het beding voor de statutair directeur was verstreken. Er was onvoldoende bewijs dat de ex-werknemers stelselmatig en onrechtmatig het bedrijfsdebiet van Kempen afbreken. Het enkele feit dat zij bij een concurrent gingen werken en contact hadden met enkele klanten was niet voldoende voor onrechtmatigheid. De vordering werd daarom afgewezen en Kempen werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering van Kempen om ex-werknemers te verbieden concurrerende werkzaamheden te verrichten is afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen.