ECLI:NL:RBAMS:2004:AR3421
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing vergunning kokkelvisserij wegens ontbreken passende beoordeling Habitatrichtlijn
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot voorlopige voorziening van stichting De Faunabescherming tegen een vergunning verleend aan de Coöperatieve Producentenorganisatie van de Nederlandse Kokkelvisserij voor mechanische kokkelvisserij in de Voordelta, een speciale beschermingszone. Verzoekster stelde dat de vergunning in strijd was met artikel 6 van Pro de Habitatrichtlijn omdat geen passende beoordeling was gemaakt van de mogelijke significante gevolgen voor het gebied.
De rechtbank overwoog dat volgens het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen een getrapte toetsing geldt: eerst moet worden vastgesteld of significante gevolgen voor het gebied kunnen optreden, en pas dan is een passende beoordeling vereist. Verweerder stelde dat de visserij geen significante gevolgen zou hebben, onderbouwd met een rapport van het Nederlands Instituut voor Visserij Onderzoek (RIVO).
De rechtbank oordeelde echter dat de verstrekte informatie onvoldoende was om uit te sluiten dat de instandhoudingsdoelstellingen van de Voordelta in gevaar zouden komen. Het RIVO-rapport was beperkt van opzet en gaf geen inzicht in de effecten op langere termijn of de relatie met de beschermingsdoelstellingen. Omdat geen passende beoordeling was gemaakt, werd de vergunningverlening in strijd met artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn geacht.
De rechtbank besloot daarom het bestreden besluit te schorsen tot zes weken na de beslissing op bezwaar en wees het griffierecht toe aan verzoekster.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot vergunningverlening voor kokkelvisserij wordt geschorst wegens het ontbreken van een passende beoordeling volgens de Habitatrichtlijn.