ECLI:NL:RBAMS:2004:AR3423
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Toekenning voorlopige voorziening VISIE-beurs wegens onvoldoende onderbouwing weigering
Verzoeker, een in Zuid-Afrika geboren Nederlandse, vroeg een VISIE-beurs aan voor studiejaar 2002-2003 en 2003-2004, welke beide werden afgewezen door Nuffic namens de staatssecretaris. De afwijzing was gebaseerd op het niet voldoen aan de eis van minimaal één schooljaar onderwijs in Nederland binnen vijf jaar voorafgaand aan de studie en het ontbreken van voldoende binding met Nederland, waardoor ook de hardheidsclausule niet kon worden toegepast.
De rechtbank stelt vast dat verzoeker slechts één jaar onderwijs volgde aan de Internationale School van Amsterdam, die niet erkend is volgens de Regeling, en niet langer dan vijf jaar in Nederland verbleef. De staatssecretaris hanteerde echter een aanvullende eis van vijf jaar verblijf voor toepassing van de hardheidsclausule, die niet in de Regeling is opgenomen.
De rechtbank oordeelt dat deze aanvullende eis niet redelijk is en dat de hardheidsclausule niet mag worden beperkt tot erkende instellingen en langdurig verblijf. De weigering is onvoldoende gemotiveerd en strijdig met artikel 7:12 Awb Pro. Daarom wordt het besluit vernietigd, een voorlopige voorziening toegewezen en de staatssecretaris opgedragen voorschotten te betalen als ware verzoeker rechthebbende.
Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan verzoeker vergoed. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.J. Bade op 30 september 2004.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de VISIE-beurs wordt vernietigd en een voorlopige voorziening toegewezen met betaling van voorschotten.