ECLI:NL:RBAMS:2004:AR3444
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen gebruik bedrijfsruimten als woonruimte in Amsterdam
Verzoekers zijn eigenaren van een pand in Amsterdam met bestemming 'bedrijven', waarin bedrijfsruimten feitelijk als woonruimte worden gebruikt door huurders. Verweerder, het stadsdeel Oud-West, heeft bij besluiten de huurders gelast het woongebruik te staken, onder dreiging van bestuursdwang.
Verzoekers maakten bezwaar tegen deze besluiten, maar werden niet-ontvankelijk verklaard omdat zij slechts een afgeleid belang hebben; zij zijn niet direct belanghebbenden bij het besluit. Verzoekers stelden dat zij door de aanschrijvingen aan huurders wel degelijk rechtstreeks geraakt worden, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet het geval is.
Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat geen onverwijlde spoed bestond en nader onderzoek niet nodig was. De rechtbank bevestigde dat verzoekers niet ontvankelijk zijn in hun beroep tegen de besluiten gericht aan huurders en verklaarde het beroep ongegrond.
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van verzoekers is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening is afgewezen.