ECLI:NL:RBAMS:2004:AR4217
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.D. Bonga-Sigmond
- P.B. Martens
- J.N.A. Jolink
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees Aanhoudingsbevel voor bedrieglijke bankbreuk en oplichting
De rechtbank Amsterdam behandelde op 8 oktober 2004 de vordering tot overlevering van een verdachte aan het Verenigd Koninkrijk op grond van een Europees Aanhoudingsbevel (EAB). Het EAB was uitgevaardigd door de Crown Office te Edinburgh en betrof strafbare feiten zoals bedrieglijke bankbreuk en oplichting, gepleegd volgens Schots recht en strafbaar gesteld in Nederland onder de artikelen 57, 326 en 341 van het Wetboek van Strafrecht.
Tijdens de zitting op 1 oktober 2004 werden de verdachte, zijn raadsman en de officier van justitie gehoord. De verdachte erkende zijn identiteit en verklaarde naast de Britse ook de Pakistaanse nationaliteit te bezitten. De verdediging voerde aan dat de verlenging van het bevel tot inverzekeringstelling onrechtmatig was, maar de rechtbank verwierp dit verweer wegens gebrek aan feitelijke grondslag.
De rechtbank stelde vast dat de feiten strafbaar zijn in zowel Nederland als het Verenigd Koninkrijk en dat de maximale straf meer dan twaalf maanden bedraagt. Het onschuldverweer van de verdachte kon niet worden onderbouwd. Gezien de naleving van de wettelijke eisen van de Overleveringswet, besloot de rechtbank de overlevering toe te staan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan het Verenigd Koninkrijk toe voor strafvervolging.