ECLI:NL:RBAMS:2004:AR4509
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.D. Bonga-Sigmond
- L.E. Kalff
- P.B. Martens
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering verdachte op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens oplichting
De rechtbank Amsterdam behandelde op 22 oktober 2004 de vordering tot overlevering van een verdachte aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Het EAB was uitgevaardigd door de Duitse justitiële autoriteiten wegens verdenking van oplichting en poging tot oplichting in twee gevallen, waaronder medeplegen en in combinatie met valsheid in geschrifte.
De verdachte, geboren in 1969 en zonder vaste verblijfplaats in Nederland, werd in Nederland gedetineerd. Tijdens de zitting werd bevestigd dat de verdachte de Turkse nationaliteit bezit. De verdediging voerde aan dat Duitsland geen rechtsmacht heeft voor een van de feiten die in Turkije zouden hebben plaatsgevonden en betwistte de identiteit van het vermeende slachtoffer.
De rechtbank oordeelde dat Duitsland rechtsmacht heeft, mede doordat de oplichting in Duitsland heeft plaatsgevonden en de Duitse autoriteiten dit met wettelijke bepalingen hadden aangetoond. Het verweer van de raadsman werd verworpen. De rechtbank besloot de overlevering toe te staan voor drie strafbare feiten zoals vermeld in het EAB, waarbij het vertrouwensbeginsel leidde tot de veronderstelling dat valsheid in geschrifte niet als apart feit zal worden vervolgd.
Tegen dit besluit is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk. De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van de rechters Bonga-Sigmond, Kalff en Martens.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe wegens oplichting en poging daartoe.