ECLI:NL:RBAMS:2004:AR5604

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
5 november 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
13/098186-04
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 OverleveringswetArt. 57 OverleveringswetArt. 310 SrArt. 312 SrArt. 2 Overleveringswet
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering Litouwse verdachte voor georganiseerde diefstal

De Rechtbank Amsterdam behandelde op 5 november 2004 een verzoek tot overlevering van een verdachte aan Litouwen op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De verdachte, geboren in 1982 en zonder vaste verblijfplaats in Nederland, werd verdacht van georganiseerde diefstal, strafbaar gesteld in zowel Litouws als Nederlands recht.

Tijdens de zitting was de verdachte aanwezig met zijn raadsman en een Litouwse tolk. De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de verdachte correct was en dat de strafbare feiten voldoende waren omschreven. De verdachte ontkende schuld, maar kon dit niet aantonen. Er was geen reden om aan te nemen dat het vermoeden van schuld ontbrak.

De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke voorwaarden voor overlevering was voldaan, waaronder dubbele strafbaarheid en de minimale straftermijn. Op grond hiervan werd de overlevering aan de Litouwse autoriteiten toegestaan. Tegen deze beslissing is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Litouwen toe wegens georganiseerde diefstal.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE KAMER 9 C
Parketnummer: 13/098186-04
RK nummer: 04/3666
UITSPRAAK
Inzake overlevering in het kader van een Europees aanhoudingsbevel.
GEZIEN de vordering ex artikel 23 van Pro de Overleveringswet, ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 30 september 2004 en strekt onder meer tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB), uitgevaardigd door Ms. Vaida Urmonaité, Deputy General Prosecutor van de Republiek van Lithuania d.d. 27 september 2004. Dit bevel betreft de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
verblijvende in de Penitentiaire Inrichting “Flevoland” te Lelystad,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.
1. Procesgang
De vordering is behandeld ter openbare zitting van deze recht-bank en kamer van 29 oktober 2004, waar zijn gehoord de offi-cier van justitie, de opgeëiste persoon en zijn raadsman mr. M.L. van Gessel, advocaat te Amsterdam. De opgeëiste persoon is bijgestaan door een tolk Litouws.
2. Grondslag en inhoud van het EAB
Aan het EAB ligt ten grondslag een aanhoudingsbevel van het District Court van Siauliai (Litouwen) d.d. 27 september 2004.
Het EAB houdt het verzoek in om overlevering ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende staat ingesteld strafrechtelijk onderzoek. Dit onderzoek betreft het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar het recht van Litouwen strafbare feiten. De feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Van de Engelse vertaling hiervan is een door de griffier gewaarmerkte kopie als bijlage aan deze uitspraak gehecht.
3. Identiteit van de opgeëiste persoon
De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij niet de Nederlandse, maar de Litouwse nationaliteit heeft.
4. Strafbaarheid
4.1 Feiten vermeld op bijlage 1 bij de Overleveringswet
Feit 2 staat vermeld onder nummer 18 op bijlage 1 OLW, te weten:
georganiseerde of gewapende diefstal.
Op dit feit is naar het recht van Litouwen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.
4.2 Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
Feit 1 is zowel naar het recht van Litouwen als naar Nederlands recht strafbaar. Op dit feit is in beide staten een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden gesteld.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
diefstal.
5. Onschuldverweer
De opgeëiste persoon heeft verklaard niet schuldig te zijn aan de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. Hij heeft dit tijdens het verhoor ter zitting echter niet kunnen aantonen. Dat er ten aanzien van de opgeëiste persoon geen sprake kan zijn van een vermoeden van schuld aan die feiten, is niet gebleken.
6. Slotsom
Nu ten aanzien van de feiten waarvoor de overlevering wordt gevraagd is vastgesteld dat aan alle eisen is voldaan die de Overleveringswet daaraan stelt, dient de overlevering te worden toegestaan.
7. toepasselijke wetsartikelen
de aritkelen 47, 57, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht;
de artikelen 2, 5 en 7 van de Overleveringswet.
RECHTDOENDE
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de autoriteiten van Litouwen ten behoeve van strafvervolging ter zake van de verdenking dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.
Aldus gedaan door
mr. E.D. Bonga-Sigmond, voorzit-ter,
mrs. L.E. Kalff en S.K. de Groot, rech-ters,
in tegenwoordigheid van mr. M.M. Boyer, grif-fier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 5 november 2004.
De jongste rechter is buiten staat deze uitspraak te tekenen.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, van de Overleveringswet staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.