ECLI:NL:RBAMS:2004:AR5671

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 november 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
13/097146-04
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OverleveringswetArt. 5 OverleveringswetArt. 6 OverleveringswetArt. 7 OverleveringswetArt. 23 Overleveringswet
Verwijzingen
13 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering van Nederland aan Duitsland wegens illegale handel in verdovende middelen

De rechtbank Amsterdam behandelde op 12 november 2004 de vordering tot overlevering van een persoon aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Düsseldorf. Het EAB betreft een strafrechtelijk onderzoek naar illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, een feit dat in Duitsland wordt bestraft met een gevangenisstraf van ten minste drie jaar.

De verdachte, die de Nederlandse nationaliteit bezit, werd bij de zitting vertegenwoordigd met behulp van een tolk Farsi en een raadsman. Hij ontkende schuld, maar kon dit niet aantonen. De rechtbank stelde vast dat er geen vermoeden van onschuld bestond. Omdat de verdachte Nederlander is, werd een terugkeergarantie geëist en door de Duitse autoriteiten gegeven, waarbij is verzekerd dat bij veroordeling de straf in Nederland kan worden uitgezeten.

De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke eisen van de Overleveringswet was voldaan, waaronder de strafbaarheid van het feit naar Nederlands recht. Daarom werd de overlevering toegestaan. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe wegens illegale handel in verdovende middelen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM,
NEGENDE MEERVOUDIGE KAMER D
Parketnummer: 13/097146-04
RK nummer: 04/3344
Datum uitspraak: 12 november 2004
UITSPRAAK
Op de vordering ex artikel 23 van Pro de Overleveringswet, ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 13 september 2004 en strekt onder meer tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB), uitgevaardigd door officier van justitie Kallenberg te Düsseldorf (Duitsland). Dit bevel betreft de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
ingeschreven in de gemeentelijk basisadministratie persoonsgegevens op het [adres]),
thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Roermond,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.
1. Procesgang
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 15 oktober 2004 en toen aangehouden omdat de opgeëiste persoon de Nederlandse taal onvoldoende bleek te begrijpen. De vordering is vervolgens behandeld op de openbare zitting van 5 november 2004. Daarbij zijn de officier van justitie, de opgeëiste persoon met behulp van een tolk voor de taal Farsi en zijn raadsman,
mr. A. Lina, advocaat te Venlo, gehoord.
2. Grondslag en inhoud van het EAB
Aan het EAB ligt een arrestatiebevel van het Amtsgerichts Düsseldorf van 4 mei 2004, 150 Gs 2690/04 ten grondslag.
Het EAB houdt het verzoek in om overlevering ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende staat ingesteld strafrechtelijk onderzoek. Dit onderzoek betreft het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar het recht van Duitsland strafbaar feit.
Het feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB, waarvan een door de griffier gewaarmerkte fotokopie als bijlage aan deze uitspraak is gehecht.
3. Identiteit van de opgeëiste persoon
De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.
4. Strafbaarheid
Feiten, vermeld op bijlage 1 bij de OLW
Het feit staat vermeld onder nummer 5 op bijlage 1 van de Overleveringswet, te weten: illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.
Op deze feiten is naar Duits recht een vrijheidsstraf met een maximum van tenminste drie jaren gesteld.
5. Onschuldverweer
De opgeëiste persoon heeft verklaard niet schuldig te zijn aan het feit. Hij heeft dit echter tijdens het verhoor ter zitting niet kunnen aantonen.
Dat er ten aanzien van de opgeëiste persoon geen sprake kan zijn van een vermoeden van schuld aan dat feit, is niet gebleken.
6. Terugkeergarantie
De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom alleen worden toegestaan, indien de uitvaardigende justitiële autoriteit de in artikel 6, eerste lid, van de Overleveringswet bedoelde garantie geeft.
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft bij brief van 13 oktober 2004 de volgende garantie gegeven: es wird zugesichert, dass der Vervolgte im Falle einer rechtskräftigen Verurteilung in Deutschland in Anlehnung an das Übereinkommen vom 21.03.1983 über die Überstellung verurteilter Personen zur weiteren Strafvollstreckung in die Niederlande überstellt werden wird, und zwar bedingungsfrei, so dass das Umwandlungsverfahren nach Artikel 11 des Pro vorbezeichneten Übereinkommens angewendet werden kann.
Aangezien de opgeëiste persoon Nederlander is, kan de overlevering slechts plaatsvinden indien de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, gegeven verbod.
Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook gewaarborgd dat, zo de opgeëiste persoon ter zake van het feit waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan en dat deze straf met toepassing van artikel 11 van Pro het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen van 21 maart 1983 (Trb. 1983, 74) zal kunnen worden omgezet.
7. Slotsom
Nu ten aanzien van het feit waarvoor de overlevering wordt gevraagd is vastgesteld dat aan alle eisen is voldaan die de Overleveringswet daaraan stelt, dient de overlevering te worden toegestaan.
8. Toepasselijke wetsartikelen
de artikelen 47 van het Wetboek van Strafrecht;
de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet;
de artikelen 2, 5, 6 en 7 van de Overleveringswet.
9. Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan Duitsland ten behoeve van strafvervolging ter zake van de verdenking dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.
Aldus gedaan door:
mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzitter,
mrs. P.B. Martens en E.M.M. Gabel, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. I. Mulder, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van 12 november 2004.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, van de Overleveringswet staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.