ECLI:NL:RBAMS:2004:AR5671
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering van Nederland aan Duitsland wegens illegale handel in verdovende middelen
De rechtbank Amsterdam behandelde op 12 november 2004 de vordering tot overlevering van een persoon aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Düsseldorf. Het EAB betreft een strafrechtelijk onderzoek naar illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, een feit dat in Duitsland wordt bestraft met een gevangenisstraf van ten minste drie jaar.
De verdachte, die de Nederlandse nationaliteit bezit, werd bij de zitting vertegenwoordigd met behulp van een tolk Farsi en een raadsman. Hij ontkende schuld, maar kon dit niet aantonen. De rechtbank stelde vast dat er geen vermoeden van onschuld bestond. Omdat de verdachte Nederlander is, werd een terugkeergarantie geëist en door de Duitse autoriteiten gegeven, waarbij is verzekerd dat bij veroordeling de straf in Nederland kan worden uitgezeten.
De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke eisen van de Overleveringswet was voldaan, waaronder de strafbaarheid van het feit naar Nederlands recht. Daarom werd de overlevering toegestaan. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe wegens illegale handel in verdovende middelen.