ECLI:NL:RBAMS:2004:AR5994
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- A.C. Loman
- S.K. de Groot
- Rechtspraak.nl
Beslissing over Europees aanhoudingsbevel en overlevering aan België wegens criminele organisatie en diefstal
De rechtbank Amsterdam behandelde op 19 november 2004 de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan de Belgische justitiële autoriteiten op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) van 23 maart 2004. De opgeëiste persoon wordt verdacht van deelneming aan een criminele organisatie, georganiseerde of gewapende diefstal, vervalsing van administratieve documenten en handel in valse documenten, en handel in gestolen voertuigen.
De raadsman voerde aan dat overlevering moest worden geweigerd vanwege een eerder uitleveringsverzoek dat niet door de Belgische autoriteiten was voortgezet, en stelde dat de Overleveringswet minder waarborgen biedt dan de Uitleveringswet. De rechtbank verwierp dit verweer, oordeelde dat het EAB correct was en dat de overlevering op grond van de Overleveringswet moest worden beoordeeld.
De rechtbank stelde echter vast dat de verdenking voor vervalsing van documenten en handel in valse documenten niet redelijk was, en dat de overlevering voor de in Nederland gestolen voertuigen niet kon worden toegestaan vanwege onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van een vordering van de officier van justitie. Ook was onvoldoende duidelijk welke handelingen van de opgeëiste persoon leidden tot verdenking van deelneming aan een criminele organisatie, en voor zover deze handelingen in Nederland plaatsvonden, werd overlevering geweigerd.
Voor de overige feiten waarvoor overlevering werd gevraagd, voldeed de zaak aan de eisen van de Overleveringswet, zodat de rechtbank de overlevering daarvoor toestond. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat gedeeltelijk de overlevering toe en weigert overlevering voor enkele specifieke feiten.