ECLI:NL:RBAMS:2004:AR5998
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- A.C. Loman
- S.K. de Groot
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering aan Duitsland wegens afpersing op grond van Europees aanhoudingsbevel
De rechtbank Amsterdam heeft op 19 november 2004 uitspraak gedaan over de vordering tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Duitse autoriteiten. De opgeëiste persoon, geboren in 1966 en zonder vaste verblijfplaats in Nederland, werd verdacht van afpersing volgens Duits recht. De zaak werd behandeld in aanwezigheid van de verdachte, zijn raadsman en een Duitse tolk.
De verdediging voerde aan dat het EAB niet voldeed aan het specialiteitsbeginsel, omdat niet was vermeld dat de verdachte op 6 oktober 2004 in Nederland was aangehouden voor een ander feit. De rechtbank oordeelde echter dat de belangen van de verdachte voldoende waren beschermd, aangezien vervolging voor andere feiten alleen met toestemming van de Nederlandse autoriteiten kan plaatsvinden.
De verdachte ontkende schuld, maar kon dit niet aantonen. De rechtbank stelde vast dat aan alle wettelijke eisen voor overlevering was voldaan en besloot de overlevering toe te staan. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe wegens afpersing.