ECLI:NL:RBAMS:2004:AR6463
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.M.C. de Wit
- A. Tegelaar
- N.J.P. Coenen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs witwassen van groot geldbedrag
Verdachte werd samen met twee Colombianen aangehouden na een verkeersovertreding waarbij in de kofferbak van de auto een sporttas met €402.340 werd gevonden. Verdachte verklaarde eigenaar te zijn van het geld. Er bestond het vermoeden dat het geld afkomstig was van drugshandel en witwassen.
De rechtbank oordeelde dat artikel 420bis Sr vereist dat het geldbedrag direct of indirect uit een misdrijf afkomstig moet zijn voor een veroordeling. Uit het dossier en de zitting bleek echter onvoldoende bewijs om die herkomst vast te stellen. Hoewel er cocaïnesporen op enkele biljetten werden gevonden en verdachte en de Colombianen dezelfde telefoonnummer hadden, was dit niet voldoende om de herkomst van het geld te bewijzen.
De verklaringen van verdachte werden niet weerlegd door het bewijs, en de verklaringen van de Colombianen waren onvoldoende om verdachte te beschuldigen van leugenachtigheid. De rechtbank zag geen noodzaak voor verder onderzoek en sprak verdachte vrij van witwassen. Tevens werd het geld en andere inbeslaggenomen goederen aan verdachte teruggegeven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van witwassen wegens onvoldoende bewijs van herkomst van het geldbedrag uit een misdrijf.