ECLI:NL:RBAMS:2004:AR6937
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor gebruik radardetector in motorvoertuig te Amsterdam
Op 2 juni 2004 reed verdachte te Amsterdam met een personenauto waarin een radardetector aanwezig was, een apparaat dat de aanwezigheid van snelheidscontroleapparatuur kan detecteren. De officier van justitie vorderde een boete van €250, te vervangen door vijf dagen hechtenis bij niet-betaling, en onttrekking van het apparaat aan het verkeer.
Tijdens de terechtzitting op 22 november 2004 voerde de verdediging twee verweren aan: het verbod op radardetectoren zou strijdig zijn met Europese richtlijnen en de Wegenverkeerswet, en met artikel 10 EVRM Pro (recht op vrije meningsuiting). De kantonrechter verwierp deze verweren, stellende dat het verbod een wettelijke basis heeft in artikel 71 WVW Pro en niet onder het bereik van artikel 10 EVRM Pro valt.
De kantonrechter stelde vast dat het bewezen feit strafbaar is en dat geen rechtvaardigings- of strafuitsluitingsgrond aanwezig is. De gevorderde boete werd passend geacht. Ook de onttrekking van de radardetector aan het verkeer werd toegewezen, omdat geen ander doel van bezit dan het verboden gebruik aannemelijk was.
De uitspraak werd gedaan op 6 december 2004, waarbij verdachte werd veroordeeld tot betaling van de boete en onttrekking van het apparaat aan het verkeer.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een boete van €250 en onttrekking van de radardetector aan het verkeer.