ECLI:NL:RBAMS:2004:AR7229
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- P.B. Martens
- J.N.A. Jolink
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens drugshandel
De Rechtbank Amsterdam behandelde op 3 december 2004 de vordering tot overlevering van een persoon aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) vanwege illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen. De verdachte, met de Nederlandse nationaliteit en woonachtig in Nederland, werd verdacht van het medeplegen van drugshandel waarbij de feiten deels op Nederlands grondgebied en deels in Duitsland plaatsvonden.
De rechtbank onderzocht onder meer de strafbaarheid van de feiten naar Nederlands recht, de gezondheidstoestand van de verdachte en de persoonlijke belangen. Hoewel de verdachte onschuldig verklaarde te zijn, kon hij dit niet direct aantonen. De rechtbank oordeelde dat de overlevering niet mocht worden geweigerd op grond van artikel 13 OLW Pro, ondanks dat de feiten deels in Nederland waren gepleegd, omdat het zwaartepunt van het onderzoek in Duitsland lag en de Duitse autoriteiten garanties hadden gegeven over de behandeling en strafuitvoering.
De rechtbank stelde vast dat de verdachte in Nederland terecht kan worden vervolgd en dat de strafuitvoering in Nederland kan plaatsvinden conform het internationale verdrag. De vordering tot overlevering werd daarom toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe voor strafvervolging wegens drugshandel.