ECLI:NL:RBAMS:2004:AR7687
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevelschrift nakosten bij procedure op toevoeging afgewezen
In deze civiele procedure verzocht verzoeker de rechtbank om een bevelschrift uit te vaardigen waarmee de Regiopolitie werd veroordeeld tot betaling van nakosten ter hoogte van €172,44. Deze nakosten waren voortvloeiend uit een eerder vonnis waarbij de Regiopolitie was veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoeker.
Verzoeker stelde dat nakosten verschuldigd zijn volgens het liquidatietarief en dat het niet redelijk is dat de wederpartij kosteloos de voldoening aan het vonnis kan traineren, ongeacht dat verzoeker met een toevoeging had geprocedeerd. De Regiopolitie erkende de verschuldigdheid van nakosten, maar stelde dat deze kosten krachtens artikel 243 lid 1 Rv Pro aan de griffier dienen te worden voldaan en niet rechtstreeks aan verzoeker.
De rechtbank oordeelde dat de toevoeging, verleend krachtens de Wet op de Rechtsbijstand, geldig is voor de gehele procedure in één instantie, inclusief de tenuitvoerlegging van het vonnis. Hierdoor vallen de nakosten onder de werking van de toevoeging en heeft verzoeker geen recht op directe vergoeding van nakosten door de Regiopolitie. Het verzoek tot betaling van nakosten aan verzoeker werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot betaling van nakosten door de Regiopolitie aan verzoeker wordt afgewezen omdat nakosten onder de toevoeging vallen.