ECLI:NL:RBAMS:2004:AR8292
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- F. Salomon
- L.E. Kalff
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor drugshandel en diefstal
De rechtbank Amsterdam behandelde op 17 december 2004 een vordering tot overlevering van een persoon aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Het EAB betrof verdenkingen van medeplegen van opzettelijke handel in verdovende middelen en een onjuiste aanduiding van diefstal in georganiseerde vorm. De rechtbank stelde vast dat het feit strafbaar is volgens Nederlands recht en dat de dubbele strafbaarheid niet aan de orde was vanwege de terugkeergarantie.
De opgeëiste persoon, die de Nederlandse en Turkse nationaliteit bezit en in Nederland woont, voerde onschuld aan en stelde dat de inzet van pseudokopers in Nederland niet is toegestaan, wat gevolgen zou hebben voor de dubbele strafbaarheid. De rechtbank verwierp dit verweer omdat de strafbaarheid niet door bewijsproblemen wordt beïnvloed en de overleveringsrechter zich daar niet over mag uitspreken.
De Duitse autoriteiten gaven een garantie dat een eventuele onvoorwaardelijke vrijheidsstraf in Nederland kan worden uitgevoerd. De rechtbank oordeelde dat ondanks het feit dat delen van het strafbare feit in Nederland plaatsvonden, om redenen van goede rechtsbedeling moet worden afgezien van de weigeringsgrond uit de Overleveringswet. De overlevering werd daarom toegestaan zonder dat tegen deze uitspraak beroep mogelijk is.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe voor strafvervolging wegens drugshandel.