ECLI:NL:RBAMS:2004:AR8797
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- R. Orobio de Castro
- Rechtspraak.nl
Verplichting Brinks tot voortzetting geldautomatenservice voor ABN Amro tot eind januari 2005
In deze kortgedingprocedure vordert ABN Amro dat Brinks Nederland B.V. verplicht wordt de geldautomatenservice voort te zetten tot en met 31 januari 2005. ABN Amro stelt dat er een overeenkomst is die dit verplicht, maar Brinks betwist dit en wijst op het ontbreken van een onvoorwaardelijke toezegging.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de overgelegde correspondentie onvoldoende bewijs biedt voor een overeenkomst tot 31 maart 2005. Brinks heeft de voorstellen van ABN Amro niet ondertekend, waardoor ABN Amro niet mocht aannemen dat zij akkoord gingen.
Desondanks acht de rechter het belang van ABN Amro’s cliënten groot om niet plotseling geconfronteerd te worden met buiten werking gestelde automaten, wat risico’s kan veroorzaken. Daarom wordt Brinks veroordeeld de service voort te zetten tot 31 januari 2005, met een dwangsom van €50.000 per dag bij niet-naleving. Tevens wordt ABN Amro veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Brink's wordt veroordeeld de geldautomatenservice voort te zetten tot 31 januari 2005 met een dwangsom bij niet-naleving.