ECLI:NL:RBAMS:2004:AS7077
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- F. Salomon
- R. de Ruijter
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering verdachte op grond van Europees aanhoudingsbevel uit Duitsland
De rechtbank Amsterdam behandelde op 17 december 2004 de vordering tot overlevering van een verdachte aan de Duitse justitiële autoriteiten op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Hamburg. Het EAB betrof strafrechtelijk onderzoek naar illegale handel in verdovende middelen, met een strafdreiging van minimaal drie jaar gevangenisstraf.
De verdachte, bijgestaan door een Turkse tolk en zijn raadsman, ontkende schuld maar kon dit niet aantonen. De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder dat het EAB niet voldeed aan de wettelijke eisen, dat er sprake was van termijnoverschrijding, onrechtmatige opsporing en discrepanties in de feitenomschrijving.
De rechtbank oordeelde dat geen van deze verweren doel troffen. Zo was er een vermoeden van schuld, was de termijnoverschrijding niet fataal en was het niet aan de Nederlandse rechter om Duitse opsporingsmethoden te toetsen. Ook werd een kennelijke schrijffout in de hoeveelheid cocaïne gecorrigeerd in het voordeel van het originele Duitse EAB.
Daarom werd de overlevering toegestaan en tevens de afgifte van inbeslaggenomen voorwerpen bevolen. Tegen dit besluit staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe en beveelt de afgifte van inbeslaggenomen voorwerpen.