ECLI:NL:RBAMS:2005:AS2599
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- P.B. Martens
- J.N.A. Jolink
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering Nederlandse verdachte op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens oplichting
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan de Duitse justitiële autoriteiten op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) wegens oplichting. De verdachte, die tevens de Nederlandse nationaliteit bezit, werd verdacht van strafbare feiten die deels op Nederlands grondgebied waren gepleegd. De officier van justitie verzocht de rechtbank af te zien van de weigeringgrond van artikel 13 OLW Pro, omdat het belang van een goede rechtsbedeling dit rechtvaardigt.
Daarnaast was er sprake van samenloop met een Belgisch EAB voor deels dezelfde feiten. De rechtbank gaf op grond van artikel 26, lid 3, OLW voorrang aan het Duitse EAB, mede vanwege het eerdere tijdstip van uitvaardiging, het grotere aantal benadeelden en de ernst van de feiten in Duitsland. De rechtbank stelde vast dat de verdachte niet onschuldig was verklaard en dat aan de voorwaarden voor overlevering was voldaan, waaronder de terugkeergarantie bij onvoorwaardelijke vrijheidsstraf.
De rechtbank besloot de overlevering toe te staan, waarbij werd bevestigd dat de feiten ook onder Nederlands recht strafbaar zijn als medeplegen van oplichting. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de Nederlandse verdachte aan Duitsland toe op grond van het Europees aanhoudingsbevel wegens oplichting.