ECLI:NL:RBAMS:2005:AS3078
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen juridische fusie Joodse stichtingen en verenigingen ongegrond verklaard
De rechtbank Amsterdam behandelde het verzet tegen het voorstel tot juridische fusie van meerdere Joodse stichtingen en verenigingen, waarbij Stichting Samenwerkingsverband Joods Maatschappelijk Werk als verkrijgende rechtspersoon het vermogen van verdwijnende rechtspersonen zou verkrijgen.
Verzoeksters, waaronder Stichting Joodse Scholengemeenschap J.B.O., Nederlands-Israëlitische Hoofdsynagoge en Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap, stelden dat zij als schuldeisers aanspraak konden maken op de vermogens van de verdwijnende rechtspersonen en dat de fusie in strijd was met statutaire bepalingen en gemaakte afspraken.
De rechtbank oordeelde dat verzoeksters niet als schuldeisers konden worden aangemerkt omdat zij niet als begunstigden van de liquidatiesaldi waren aangewezen en geen bijzondere rechten konden aantonen. Ook waren de gestelde afspraken onvoldoende concreet om aanspraken te rechtvaardigen.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en werden verzoeksters veroordeeld in de kosten van de procedure. Verzoek tot ontslag van de vereffenaar werd niet ontvankelijk verklaard en ambtshalve ontslag werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het verzet tegen het voorstel tot juridische fusie werd ongegrond verklaard en verzoeksters werden veroordeeld in de proceskosten.