ECLI:NL:RBAMS:2005:AT2508
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Sj.A. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering Thomas Cook tot betaling onder garanties in luchtvervoerovereenkomst wegens nader onderzoek
Thomas Cook vorderde in kort geding betaling van IMCA en Atradius op grond van garanties die zij hadden verstrekt ter zekerheid van de nakoming door ATR van haar verplichtingen uit een luchtvervoerovereenkomst van 10 december 2003. De kern van het geschil betrof de vraag of deze garanties ten tijde van de aanspraak nog geldig waren, mede gezien de optie tot verlenging van de overeenkomst en de vraag of deze optie tijdig en rechtsgeldig was uitgeoefend.
IMCA en Atradius betwistten dat Thomas Cook tijdig de optie tot verlenging had ingeroepen en stelden dat het addendum van 12 november 2004 een nieuwe overeenkomst betrof waarvoor geen garanties waren afgegeven. Thomas Cook stelde dat de garanties ook de verlengde overeenkomst dekte en verwees naar een telefoongesprek waarin de garantieverplichting werd bevestigd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het kort geding niet geschikt was om deze complexe feiten en juridische vragen definitief te beoordelen en dat nader onderzoek in een bodemprocedure vereist was. Daarom werd de vordering van Thomas Cook afgewezen. Tegelijkertijd werd de vordering van ATR om betaling te verbieden afgewezen, omdat niet uitgesloten kon worden dat Thomas Cook aanspraak heeft op de garanties.
De kosten van het geding werden verdeeld waarbij Thomas Cook werd veroordeeld in de kosten aan de zijde van IMCA, Atradius en ATR, en ATR in de kosten aan de zijde van Thomas Cook, die nihil werden gesteld vanwege samenhang met de hoofdzaak.
Uitkomst: De vordering van Thomas Cook tot betaling onder de garanties werd afgewezen wegens de noodzaak van nader onderzoek.