ECLI:NL:RBAMS:2005:AT3131
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.D. Bonga-Sigmond
- P.B. Martens
- J.N.A. Jolink
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering opgeëiste persoon aan België met gedeeltelijke weigering
De Rechtbank Amsterdam heeft op 1 april 2005 uitspraak gedaan over een vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) van 28 september 2004. Het EAB betreft een strafrechtelijk onderzoek naar 33 strafbare feiten volgens Belgisch recht, waaronder oplichting, verduistering en valsheid in geschrift.
Tijdens de openbare zitting van 25 maart 2005 werd de opgeëiste persoon gehoord, bijgestaan door een Duitse tolk en zijn raadsman. De rechtbank constateerde dat twee feiten (A7 en A9) te algemeen waren omschreven om te kunnen beoordelen of het strafbare feiten zijn, en daarom werd voor deze feiten de overlevering geweigerd. Voor de overige feiten, waaronder oplichting en andere strafbare feiten die ook onder Nederlands recht strafbaar zijn, werd voldaan aan de voorwaarden van de Overleveringswet.
De opgeëiste persoon voerde onschuldverweer, maar kon dit niet overtuigend aantonen tijdens de zitting. De rechtbank wees een verzoek tot aanhouding van de zaak af omdat de wetgever expliciet heeft bepaald dat onschuldverweer onverwijld moet worden aangetoond en het aanhouden van de zaak voor nader bewijs niet is toegestaan.
De rechtbank besloot de overlevering toe te staan voor de feiten die voldoen aan de wettelijke eisen, met uitzondering van de twee algemeen omschreven feiten. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan België toe voor de meeste feiten, behalve voor twee algemeen omschreven feiten.