ECLI:NL:RBAMS:2005:AT6774
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verdeling gemeenschap van goederen na afstand door echtgenote
Partijen A en B waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen, welke op 27 augustus 2003 is ontbonden. B heeft bij akte van 4 september 2003 afstand gedaan van de gemeenschap. A vordert vervolgens de verdeling van de gemeenschapsschulden en betaling van een overbedelingsvordering.
De rechtbank onderzoekt of B haar recht tot afstand heeft verloren omdat zij goederen van de gemeenschap zou hebben aangetrokken. Dit wordt verworpen, aangezien B slechts gebruik maakte van de voormalige echtelijke woning en inboedel achterliet die A niet wenste op te halen. Ook is geen misbruik van recht vastgesteld, omdat de schulden door A vóór het huwelijk zijn aangegaan en B hier niet van heeft geprofiteerd.
De rechtbank oordeelt dat de afstand van de gemeenschap rechtsgeldig is en dat het bevel tot verdeling niet in de weg staat aan het doen van afstand. De vordering van A wordt daarom afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verdeling van de gemeenschap af en compenseert de proceskosten.