ECLI:NL:RBAMS:2005:AT9000
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Geen misbruik van omstandigheden bij vaststellingsovereenkomst tussen familieleden
Eisers en gedaagde, familieleden die gezamenlijk een woning bezaten, sloten een vaststellingsovereenkomst naar aanleiding van geschillen over de verkoop van de woning. Gedaagde zou €6.000 betalen aan eisers na verkoop, maar stelde dat betaling afhankelijk was van het hebben van dubbele hypotheeklasten, wat niet het geval was.
De rechtbank kwalificeerde de overeenkomst als een vaststellingsovereenkomst en wees het beroep van gedaagde op misbruik van omstandigheden af, omdat de overeenkomst een definitieve regeling van geschillen beoogde. Ook het financieringsvoorbehoud faalde, mede omdat de moeder van partijen het bedrag aan eisers had voldaan.
De rechtbank stelde vast dat betaling door een derde de schuldenaar bevrijdt op grond van artikel 6:30 BW Pro. Eisers weigerden het bedrag terug te nemen, maar dat deed niet af aan de bevrijdende werking van de betaling. De vordering werd daarom afgewezen en partijen droegen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af omdat betaling door een derde de schuldenaar bevrijdt en geen misbruik van omstandigheden is vastgesteld.