ECLI:NL:RBAMS:2005:AT9011
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering meerderjarig kind tegen bank wegens verjaarde overboekingen door vader
De zaak betreft een vordering van twee meerderjarige kinderen tegen ABN AMRO Bank N.V. wegens overboekingen en opnames van hun bankrekeningen door hun vader, terwijl zij reeds meerderjarig waren volgens het Amerikaanse recht. De kinderen stelden dat de bank onrechtmatig handelde door zonder hun toestemming overboekingen te verrichten en vorderden schadevergoeding.
De rechtbank stelde vast dat de kinderen sinds mei 1985 op de hoogte waren van de overboekingen en dat de verjaringstermijn van vijf jaar op grond van artikel 3:310 BW Pro vanaf dat moment is gaan lopen. De kinderen voerden aan dat de verjaringstermijn pas later aanving, onder meer vanwege hun minderjarigheid volgens Nederlands recht en omstandigheden die het beroep op verjaring onredelijk maken.
De rechtbank verwierp deze argumenten en oordeelde dat de verjaringstermijn in mei 1985 is begonnen en op 1 januari 1993 was voltooid. Het beroep op redelijkheid en billijkheid faalde, evenals het beroep op stuiting van de verjaring. De vordering werd daarom afgewezen en de kinderen werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de kinderen af wegens verjaring.