ECLI:NL:RBAMS:2005:AT9557
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot horen van niet benoemde deskundigen wegens prematuriteit
In deze civiele bodemzaak tussen A en de naamloze vennootschap Stad Rotterdam heeft de rechtbank Amsterdam een verzoek van A behandeld om niet door de rechter benoemde deskundigen te horen. Dit verzoek werd gedaan om het causaal verband tussen ongevallen en de arbeidsongeschiktheid van A te onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek prematuur was omdat er nog geen schriftelijke rapporten van de deskundigen waren overgelegd. De rechtbank gaf A de mogelijkheid eerst dergelijke rapporten in te dienen waarin de deskundigen hun specifieke deskundigheid en hun bevindingen over de ongevalomstandigheden en de gevolgen voor A uitputtend moesten uiteenzetten. Stad Rotterdam kreeg vervolgens de gelegenheid hierop te reageren, eventueel met eigen partij-deskundigen.
De rechtbank besloot dat pas later zou worden beoordeeld of een verhoor van deze deskundigen noodzakelijk is of dat de schriftelijke verklaringen voldoende zijn. Tot die tijd werd iedere verdere beslissing aangehouden en de zaak verwezen naar de rol van 12 oktober 2005 voor het indienen van de rapporten.
Uitkomst: Verzoek tot het horen van niet benoemde deskundigen afgewezen wegens prematuriteit; eerst schriftelijke rapporten overleggen.