ECLI:NL:RBAMS:2005:AT9563
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bank wegens tekortkoming in zorgplicht bij beleggingsrelatie
In deze civiele procedure vordert A dat ING wordt veroordeeld wegens toerekenbare tekortkoming en onrechtmatig handelen in het kader van een beleggingsrelatie. A stelt dat ING onvoldoende kennis heeft genomen van haar financiële positie, ervaring en beleggingsdoelstellingen, en dat ING orders van B heeft geaccepteerd terwijl B niet over de vereiste vergunning beschikte.
De rechtbank stelt vast dat de relatie tussen partijen vanaf 1999 bestond en dat ING een rekening-courant en margin-account voor A opende. Beleggingsbeslissingen werden door B genomen met instemming van A en ING. ING heeft een speculatief beleggingsprofiel vastgesteld en er was geen sprake van een adviesrelatie, maar van execution-only beleggingen.
De rechtbank laat ING toe bewijs te leveren dat zij haar zorgplicht heeft nageleefd en dat zij mocht afgaan op de niet-beroepsmatige hoedanigheid van B. Tevens is niet vastgesteld dat ING op de hoogte was van het bestaan van V.D.M., de adviesvennootschap van B. Het causaal verband tussen tekortkomingen en schade is niet expliciet gesteld, maar enige schade wordt niet uitgesloten.
De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering en verdere procedure, waarbij de rechtbank iedere verdere beslissing aanhoudt.
Uitkomst: Rechtbank staat bewijslevering toe en houdt verdere beslissing aan.