ECLI:NL:RBAMS:2005:AU0227
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.J.L.M. van Dijk
- H.J. Tijselink
- R.M. Troost
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen invoer van 293 kilogram cocaïne en wapenbezit
De rechtbank Amsterdam heeft op 28 juli 2005 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van het medeplegen van de invoer van 293 kilogram cocaïne en het voorhanden hebben van een pistool Browning 6.35 mm. De feiten vonden plaats tussen november 2002 en mei 2003 in Geulle en Maastricht.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een actieve en wezenlijke rol had bij de voorbereiding en uitvoering van het drugstransport. Verdachte voerde besprekingen over het vervoer, stelde zijn bedrijfsnaam beschikbaar als verzendadres, legde contacten met leveranciers en hielp met het laden en dichtlassen van het aggregaat. Daarnaast had hij een vuurwapen van categorie III voorhanden gehad.
De officier van justitie had een gevangenisstraf van 36 maanden geëist, gebaseerd op een overeenkomst met verdachte die een strafvermindering inhield. De rechtbank vond de hogere eis van 54 maanden, die zonder deze overeenkomst geëist zou zijn, niet onredelijk. De verdediging verzocht om een lagere straf van 27 maanden op basis van een nieuwe regeling, maar de rechtbank wees dit af.
Gezien de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte, legde de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 36 maanden op, met aftrek van het voorarrest. De straf is gebaseerd op de Opiumwet, Wet wapens en munitie en het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van invoer van 293 kilogram cocaïne en wapenbezit.