ECLI:NL:RBAMS:2005:AU1314
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.D. Bonga-Sigmond
- L.E. Kalff
- J.N.A. Jolink
- Rechtspraak.nl
Weigering overlevering wegens onmogelijkheid ne bis in idem-verweer en schending EVRM
De rechtbank Amsterdam behandelde op 19 augustus 2005 het verzoek tot overlevering van een persoon aan Frankrijk op grond van een Europees aanhoudingsbevel. De opgeëiste persoon was in 1988 in Engeland veroordeeld voor invoer van cannabis, waarbij ook een hoeveelheid in Frankrijk was aangetroffen. Hij voerde een ne bis in idem-verweer omdat hij meent dat hij niet opnieuw vervolgd mag worden voor dezelfde feiten.
De rechtbank constateerde dat relevante Britse processtukken die het ne bis in idem-verweer konden onderbouwen inmiddels vernietigd zijn, waardoor toetsing van dit verweer niet mogelijk is. Dit gebrek is niet te wijten aan de verzoekende autoriteit. De rechtbank oordeelde dat hierdoor een flagrante schending van het recht op een eerlijk proces (artikel 6 EVRM Pro) dreigt, aangezien de opgeëiste persoon zijn verdediging niet adequaat kan voeren.
De rechtbank overwoog verder dat Frankrijk als lidstaat van het EVRM een effectieve remedie biedt, maar in dit geval is de schending reeds feitelijk aanwezig en zal deze voortduren zolang de opgeëiste persoon in voorlopige hechtenis blijft zonder duidelijkheid over het proces. Gezien deze omstandigheden weigerde de rechtbank de overlevering op grond van artikel 11 van Pro de Overleveringswet.
De beslissing is definitief en staat geen gewoon rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering vanwege onmogelijkheid toetsing ne bis in idem-verweer en schending van artikel 6 EVRM.