ECLI:NL:RBAMS:2005:AU1932
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- L.E. Kalff
- P.B. Martens
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering opgeëiste persoon op grond van Europees aanhoudingsbevel voor georganiseerde en gewapende diefstal
De rechtbank Amsterdam behandelde op 2 september 2005 een vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het kantongerecht Neuss. De opgeëiste persoon wordt verdacht van georganiseerde en gewapende diefstal, een feit waarvoor in Duitsland een gevangenisstraf van ten minste drie jaar staat.
Tijdens de zitting op 26 augustus 2005 werd de identiteit van de opgeëiste persoon bevestigd, die verklaarde de Bosnische nationaliteit te bezitten. De rechtbank oordeelde dat het vermoeden van schuld aan het strafbare feit niet ontkracht was, ondanks het onschuldverweer van de opgeëiste persoon en zijn raadsman.
De rechtbank besprak de toepasselijkheid van artikel 74, lid 2 van de Overleveringswet (OLW) in het licht van een arrest van het Duitse Bundesverfassungsgericht dat een Duitse wet inzake de implementatie van het kaderbesluit over het EAB nietig verklaarde. De rechtbank concludeerde dat dit arrest geen invloed heeft op de rechtsgeldigheid van het EAB in deze zaak en dat de OLW volledig van toepassing is.
Het verzoek om een WOTS-garantie (terugkeergarantie) werd afgewezen omdat de opgeëiste persoon niet beschikt over een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd en niet in Nederland vervolgd kan worden voor het feit. De rechtbank besloot dat aan alle voorwaarden van de OLW was voldaan en stond de overlevering toe. Tegen deze beslissing is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe.