ECLI:NL:RBAMS:2005:AU2369
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Ontruimingsvordering tegen zoon die zonder huurrechten in woning blijft wonen na overlijden ouders
De zaak betreft een ontruimingsvordering van Yucatan B.V. tegen A, die na het overlijden van zijn vader en moeder in een huurwoning bleef wonen zonder zelf huurder te zijn. Yucatan erkent A niet als huurder en vordert ontruiming van de woning.
A stelt dat er stilzwijgend een huurovereenkomst tot stand is gekomen en dat de verhuurder haar recht heeft verwerkt om ontruiming te vorderen. Tevens voert hij aan dat bij belangenafweging de woning bij hem moet blijven. De rechtbank oordeelt dat een huurovereenkomst een meerzijdige rechtshandeling is en dat uit gedragingen van Yucatan niet kan worden afgeleid dat A als huurder werd geaccepteerd.
De rechtbank wijst het verweer van rechtsverwerking af, omdat geen bijzondere omstandigheden zijn die gerechtvaardigd vertrouwen wekken dat Yucatan haar rechten niet zou geldend maken. De belangenafweging leidt niet tot een ander oordeel, omdat Yucatan de woning wil verkopen en A al sinds 1989 weet dat hij geen huurrechten heeft.
De rechtbank veroordeelt A tot ontruiming binnen zes maanden en wijst zijn reconventionele vorderingen af. A wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: A wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen zes maanden na betekening.