ECLI:NL:RBAMS:2005:AU2378
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- W. Tonkens-Gerkema
- Rechtspraak.nl
Beschikking over verkoop en verdeling van gemeenschappelijke kunstcollectie na echtscheiding
Partijen, voormalig gehuwd onder het Duitse huwelijksgoederenregime Zugewinngemeinschaft, zijn in geschil over de wijze van verkoop van een omvangrijke kunstcollectie die deel uitmaakt van hun gemeenschap. A verzoekt de rechtbank om machtiging tot verkoop van de collectie om financiële middelen te verkrijgen voor vervangende woonruimte, mede vanwege psychische druk van B. B verzet zich en stelt dat de verdeling van de gemeenschap als geheel moet worden behandeld.
De rechtbank overweegt dat het verzoek kan worden opgevat als een verzoek op grond van artikel 3:185 BW Pro, waarbij de rechter de wijze van verdeling van gemeenschappelijke goederen kan bepalen. De collectie, bestaande uit ongeveer 1000 prenten, wordt als waardevol en omvangrijk beschouwd, waarvoor het inschakelen van een deskundige bij verkoop gebruikelijk is.
Hoewel A bezwaar maakt tegen de inschakeling van de heer C vanwege kosten en mogelijke belangenverstrengeling, acht de rechtbank het voorstel van B om de heer C in te schakelen aannemelijk om een maximale opbrengst te realiseren. De verkoop zal in beginsel via openbare veilingen plaatsvinden, en onderhands alleen met instemming van beide partijen. De netto-opbrengst wordt gelijkelijk verdeeld. De kosten van het geding worden gecompenseerd en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank machtigt de verkoop van de kunstcollectie onder bemiddeling van een deskundige en bepaalt dat de netto-opbrengst gelijkelijk wordt verdeeld.