ECLI:NL:RBAMS:2005:AU2813
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.D. Bonga-Sigmond
- L.E. Kalff
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering Belgische verdachte ondanks ontbreken terugkeergarantie
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering van een Belgische verdachte die wordt verdacht van deelname aan een criminele organisatie en handel in verdovende middelen. De verdachte heeft de Belgische nationaliteit maar heeft in Nederland gewoond en een bedrijf gehad. De rechtbank oordeelde dat Nederland rechtsmacht heeft omdat de feiten deels in Nederland zijn gepleegd.
De verdediging voerde verweren aan tegen de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie en stelde dat het Europese kaderbesluit onrechtmatig is. Ook werd aangevoerd dat er geen redelijk vermoeden van schuld is en dat de periode van deelname aan de criminele organisatie korter is dan gesteld. Deze verweren werden verworpen.
Een centraal punt was het ontbreken van een terugkeergarantie zoals bedoeld in artikel 6 OLW Pro, waarbij de verdachte betoogde dat dit een discriminatie op grond van nationaliteit zou zijn in strijd met artikel 12 EG Pro-Verdrag. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een terugkeergarantie in dit geval geen discriminatie vormt, omdat de regeling gericht is op personen die een toekomst in Nederland hebben. De IND had gesteld dat de verdachte geen perspectief heeft op verblijf in Nederland vanwege zijn strafbare feiten en recidivegevaar.
Gelet op deze omstandigheden en het feit dat aan alle overige eisen van de Overleveringswet is voldaan, besloot de rechtbank de overlevering aan België toe te staan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan België toe ondanks het ontbreken van een terugkeergarantie.