ECLI:NL:RBAMS:2005:AU3015
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- L.E. Kalff
- P.B. Martens
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering van verdachte op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks weigeringgrond
De rechtbank Amsterdam behandelde op 2 september 2005 een vordering tot overlevering van een verdachte aan Frankrijk op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Franse justitiële autoriteiten. De verdachte was niet verschenen op de zitting, maar zijn raadsman was wel aanwezig. De rechtbank oordeelde dat de officier van justitie ontvankelijk was in haar vordering ondanks de afwezigheid van de verdachte.
Het EAB betrof strafbare feiten in Frankrijk, waaronder illegale handel in verdovende middelen, waarvan een deel ook in Nederland was gepleegd. Hoewel art. 13 OLW Pro een weigeringgrond bevat voor overlevering indien een deel van het feit in Nederland is gepleegd, besloot de rechtbank af te zien van deze weigeringgrond vanwege het zwaartepunt van de strafbare feiten en de goede rechtsbedeling.
De Franse autoriteiten gaven een terugkeergarantie dat de verdachte, indien veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, deze in Nederland kan uitzitten conform het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen. De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke eisen was voldaan en stond de overlevering toe, inclusief de afgifte van in beslag genomen voorwerpen aan de Franse justitiële autoriteiten.
Uitkomst: De rechtbank stond de overlevering van de verdachte aan Frankrijk toe ondanks de weigeringgrond uit art. 13 OLW.