ECLI:NL:RBAMS:2005:AU3017
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- L.E. Kalff
- P.B. Martens
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks weigeringgrond artikel 13 OLW
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot overlevering van een Bulgaarse vrouw aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Duitse justitiële autoriteiten. De verdachte werd verdacht van het vervalsen van betaalmiddelen, een strafbaar feit volgens Duits recht met een mogelijke gevangenisstraf van minimaal drie jaar.
De verdediging voerde onder meer aan dat het feit geheel in Nederland zou zijn gepleegd, waardoor artikel 13 OLW Pro een weigeringgrond zou vormen. De rechtbank stelde echter vast dat slechts een deel van het strafbare feit in Nederland plaatsvond, terwijl het zwaartepunt van het strafbare feit en het bewijsmateriaal in Duitsland lagen. Ook werd het beroep op 'doorlating' verworpen, aangezien de Duitse autoriteiten na betaling van borgsom een uitgebreider onderzoek startten.
De rechtbank overwoog voorts dat de nietigverklaring van de Duitse wetgeving door het Bundesverfassungsgericht geen gevolgen had voor de behandeling van inkomende EAB’s volgens de Nederlandse Overleveringswet. Gelet op de feiten en de wettelijke bepalingen werd de overlevering toegestaan. Tegen deze beslissing is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe ondanks het beroep op de weigeringgrond van artikel 13 OLW.