ECLI:NL:RBAMS:2005:AU3502
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.G. Bauduin
- W.M.C. van den Berg
- M. Koole
- Rechtspraak.nl
Strafzaak tegen schipper wegens aanvaring en zinken vissersschip met dodelijke afloop
Op 11 juni 2004 voer verdachte als schipper van een Nederlands vissersschip met hoge snelheid en zonder voldoende uitkijk te houden op de vaarweg de Eems. Hierdoor voer hij tegen een ander vissersschip aan, dat volledig zonk. Twee bemanningsleden raakten levensgevaarlijk in gevaar en de schipper van het gezonken schip overleed.
De rechtbank oordeelde dat het primair ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen was, maar dat het subsidiair ten laste gelegde feit en een tweede feit bewezen waren. Verdachte had onvoldoende gelet op de situatie, hield onvoldoende uitkijk en paste zijn snelheid en koers niet tijdig aan, ondanks zichtbelemmeringen en radioberichten. De verdediging voerde onder meer een dode hoek aan, maar dit werd door de rechtbank verworpen.
De rechtbank hield rekening met de ernstige gevolgen van het incident, waaronder het overlijden van de schipper, maar ook met het openhartige gedrag van verdachte, zijn adequaat optreden na het ongeluk en zijn spijtbetuiging. Daarom werd een taakstraf van 240 uur opgelegd met een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden en een geldboete van €4.500,- voor het tweede feit. De rechtbank wees de eis van de officier van justitie tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf af.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot taakstraf van 240 uur, voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden en geldboete van €4.500,- wegens aanvaring met dodelijke afloop.