ECLI:NL:RBAMS:2005:AU5163
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- W. Tonkens-Gerkema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling postwhiplashsyndroom en beperkingen na verkeersongeval
De zaak betreft een civiele procedure waarin A schadevergoeding vordert wegens beperkingen na een verkeersongeval op 25 december 1996. Een deskundige, B, stelde in een neurologisch rapport dat A voldoet aan criteria 1 tot en met 5 van de richtlijnen voor postwhiplashsyndroom, maar geen concordantie tussen pijnbeleving en pijngedrag kon vaststellen, waardoor volgens hem geen sprake is van een postwhiplashsyndroom. Diverse andere artsen en specialisten, waaronder neuroloog D en psychiater K, bevestigen echter het bestaan van het syndroom en de beperkingen.
De rechtbank weegt de medische rapporten en concludeert dat het ontbreken van objectieve medische stoornissen niet uitsluit dat A beperkingen ondervindt die direct verband houden met het ongeval. De subjectieve klachten worden als reëel en niet gesimuleerd beoordeeld. Tevens wordt erkend dat A ondanks haar hoge intelligentie en promotie cognitieve beperkingen ervaart die gemaskeerd kunnen zijn.
De rechtbank wijst het verzoek om het horen van deskundigen ex artikel 200 lid 5 jo Pro. 194 Rv af, maar stelt wel voor een verzekeringsarts te benoemen om een belastbaarheidsprofiel op te stellen. Dit profiel is van belang voor een arbeidsdeskundige die de mate van arbeidsongeschiktheid zal beoordelen. London, de verzekeraar, mag hierop reageren. Hoger beroep is op dit moment niet mogelijk, en verdere behandeling wordt aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank erkent het postwhiplashsyndroom en beperkingen van A als gevolg van het ongeval, wijst benoeming van een verzekeringsarts toe en houdt verdere behandeling aan.