ECLI:NL:RBAMS:2005:AU5616

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
28 oktober 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
13.497.390-2005
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6 OLWArt. 7 OLWArt. 11 Verdrag van 21 maart 1983
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering overlevering Nederlandse verdachte aan België wegens ontbreken terugkeergarantie

De rechtbank Amsterdam behandelde op 21 oktober 2005 een vordering tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de onderzoeksrechter te Turnhout. Het EAB betrof een strafrechtelijk onderzoek naar een vermoedelijk strafbaar feit volgens Belgisch recht.

De verdachte bevestigde zijn identiteit en Nederlandse nationaliteit. De rechtbank stelde vast dat overlevering van een Nederlandse onderdaan alleen kan plaatsvinden indien de uitvaardigende staat een terugkeergarantie verstrekt conform artikel 6, eerste lid, van de Overleveringswet (OLW). De Belgische justitiële autoriteiten hadden een machtiging gegeven om een terugkeergarantie te verstrekken, maar deze werd door de rechtbank niet als voldoende beschouwd.

De rechtbank oordeelde dat de machtiging geen ondubbelzinnige garantie inhoudt dat de verdachte een opgelegde vrijheidsstraf in Nederland kan ondergaan en dat België akkoord zal gaan met omzetting volgens het Verdrag van 21 maart 1983. Hierdoor voldeed de garantie niet aan de wettelijke eisen, en werd de overlevering geweigerd. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering van de Nederlandse verdachte aan België wegens het ontbreken van een geldige terugkeergarantie.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM,
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13.497.390-2005
RK nummer: 05/3040
Datum uitspraak: 28 oktober 2005
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 van Pro de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 7 september 2005 en strekt onder meer tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB), uitgevaardigd op
5 september 2005 door de justitiële autoriteit, de onderzoeksrechter in de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout (België). Dit bevel betreft de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,
wonende op het adres [adres],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.
1. Procesgang
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 21 oktober 2005. Daarbij zijn de officier van justitie, de opgeëiste persoon en zijn raadsman, mr. B.G.J. de Rooij, advocaat te Eindhoven, gehoord.
2. Grondslag en inhoud van het EAB
Aan het EAB ligt een bevel tot aanhouding bij verstek van de onderzoeksrechter in de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout (België) d.d. 5 september 2005 ten grondslag.
Het EAB houdt het verzoek in om overlevering ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende staat ingesteld strafrechtelijk onderzoek. Dit onderzoek betreft het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Belgisch recht strafbaar feit.
Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB, waarvan een door de griffier gewaarmerkte fotokopie als bijlage aan deze uitspraak is gehecht.
3. Identiteit van de opgeëiste persoon
De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.
4. Terugkeergarantie
De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom alleen worden toegestaan, indien de uitvaardigende justitiële autoriteit de in artikel 6, eerste lid, van de OLW bedoelde garantie geeft.
Bij de stukken bevindt zich een brief van de Federale Overheidsdienst Justitie d.d. 9 september 2005 gericht aan de Procureur des Konings te Turnhout, waarvan de inhoud als volgt luidt:
“Met verwijzing naar uw brief dd 06.09.2005 betreffende het Europees aanhoudingsbevel lastens de Nederlandse onderdaan [opgeeiste persoon], verleen ik u namens de minister van Justitie machtiging om de terugkeergarantie te verstrekken aan de bevoegde Officier van Justitie opdat de opgeëiste persoon, indien hij alhier wordt veroordeeld tot een effectieve en definitieve vrijheidsbenemende straf of vrijheidsbenemende maatregel, deze straf of maatregel op zijn verzoek in Nederland zou kunnen ondergaan. (Art. 5§3 Kaderbesluit van 13 juni 2002 betreffende het EAB).
Uit de tekst van deze brief blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat de Belgische Minister van Justitie de Procureur des Konings te Turnhout machtigt om een terugkeer- en omzettingsgarantie te geven. Deze machtiging houdt evenwel geen garantie in als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW.
Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook niet gewaarborgd dat, zo de opgeëiste persoon ter zake van het feit waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan en dat deze straf met toepassing van artikel 11 van Pro het VOGP zal kunnen worden omgezet.
De tweede mededeling in deze brief, te weten dat “België steeds akkoord is gegaan met de buitenlandse omzettingsprocedure beschreven in artikel 11 van Pro het Verdrag van 21 maart 1983 inzake de overbrenging van gevonniste personen” biedt, hoewel de mededeling juist is en kan worden geïnterpreteerd als een belofte voor de toekomst, evenmin een ondubbelzinnige garantie dat België ook in het onderhavige geval akkoord zal gaan met deze procedure. Het verdient de voorkeur dat de bevoegde Belgische autoriteit zou mededelen dat, zoals steeds het geval is geweest, ook in de onderhavige zaak akkoord wordt gegaan met de buitenlandse omzettingsprocedure beschreven in artikel 11 van Pro het Verdrag van 21 maart 1983 inzake de overbrenging van gevonniste personen.
5. Slotsom
Nu ten aanzien van het feit waarvoor de overlevering wordt gevraagd is vastgesteld dat niet aan alle eisen is voldaan die de OLW daaraan stelt, dient de overlevering te worden geweigerd.
6. Toepasselijke wetsartikelen
De artikelen 2, 5, 6, 7 van de Overleveringswet.
7. Beslissing
WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de onderzoeksrechter in de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout (België) ten behoeve van het in België tegen hem gerichte strafrechtelijke onderzoek naar het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.
Aldus gedaan door
mr. E.D. Bonga-Sigmond, voorzitter,
mrs. J.M.J. Lommen- van Alphen en J.L. Hillenius, rechters,
in tegenwoordigheid van L.C. Werkman, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 28 oktober 2005.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, van de OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.