ECLI:NL:RBAMS:2005:AU5622
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.D. Bonga-Sigmond
- J.M.J. Lommen-van Alphen
- J.L. Hillenius
- Rechtspraak.nl
Deels weigering overlevering aan Duitsland wegens ne bis in idem
De rechtbank Amsterdam behandelde op 28 oktober 2005 een verzoek tot overlevering van een verdachte aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Het EAB betrof twee feiten: illegale handel in heroïne en het bezit van 500 gram heroïne. De verdachte werd reeds in Nederland veroordeeld voor het bezit van deze hoeveelheid en had zijn straf bijna uitgezeten.
Tijdens de procedure voerde de verdediging onder meer aan dat de overlevering voor het tweede feit geweigerd moest worden op grond van artikel 9, eerste lid, onder e, 4e van de Overleveringswet (OLW), het ne bis in idem-beginsel. De rechtbank stelde vast dat het tweede feit als één feit moet worden beschouwd met de eerdere Nederlandse veroordeling en dat de straf bijna was uitgezeten.
De rechtbank oordeelde dat de overlevering voor het eerste feit, de drugshandel, aan alle wettelijke eisen voldeed en daarom werd toegestaan. Voor het tweede feit, het bezit van heroïne, werd de overlevering geweigerd vanwege het ne bis in idem-beginsel. Verder werden bezwaren over de volledigheid van de wetsartikelen en de feitelijke betrokkenheid van de verdachte verworpen. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Overlevering aan Duitsland wordt toegestaan voor drugshandel, maar geweigerd voor bezit van heroïne wegens ne bis in idem.