ECLI:NL:RBAMS:2005:AU6308
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk bevestigd
Eiser kreeg per 24 juli 2003 bericht dat zijn WAO-uitkering werd beëindigd omdat hij geschikt werd geacht voor eigen werk. Verweerder handhaafde dit besluit na bezwaar. Eiser voerde aan dat hij medisch meer beperkt was en dat de arbeidskundige beoordeling onzorgvuldig was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voorafgaand aan het besluit in strijd met EG-verordening 574/72 handelde door eiser niet eerst door een Belgische arts te laten onderzoeken, maar dit verzuim werd in de bezwaarfase hersteld door een onderzoek door het RIZIV. De medische rapportages, waaronder die van verzekeringsartsen en het RIZIV, onderschreven dat eiser geschikt was voor fysiek niet te zware arbeid.
Ook de arbeidskundige rapportages werden als zorgvuldig en adequaat beoordeeld. De rechtbank concludeerde dat eiser arbeid kon verrichten binnen zijn belastbaarheid en dat het beroep ongegrond was. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.