ECLI:NL:RBAMS:2005:AU8191
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Sj.A. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing onmiddellijke stopzetting herbeoordelingen WAO-gerechtigden op grond van het Schattingsbesluit
De Landelijke Vereniging van Arbeidsongeschikten (LVA) en Stichting CORV vorderden bij de rechtbank Amsterdam de onmiddellijke stopzetting van de eenmalige herbeoordelingen van WAO-gerechtigden op basis van het Schattingsbesluit 2004. Zij stelden dat het Schattingsbesluit in strijd is met nationale en internationale rechtsnormen, waaronder artikel 1 van Pro het eerste protocol bij het EVRM, en dat UWV onrechtmatig handelt.
De rechtbank overwoog dat de herbeoordelingen hun grondslag vinden in artikel 34, lid 4 van de WAO, dat bij wet is ingevoerd en dat de mogelijkheid dat een werknemer zijn uitkering verliest zonder wijziging in gezondheidstoestand bij de parlementaire behandeling is betrokken. De rechtbank verwierp de stellingen dat het Schattingsbesluit in strijd is met het EVRM, het Europees Sociaal Handvest, en dat sprake is van discriminatie op grond van leeftijd, geslacht of psychische stoornis.
Ook het beroep op algemene rechtsbeginselen, zoals het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel, werd verworpen. De rechtbank achtte het Schattingsbesluit gegrond op een legitiem doel en niet disproportioneel. Kritiek op het CBBS-systeem en de kwaliteit van verzekeringsartsen leidde niet tot het oordeel dat de herbeoordelingen onrechtmatig zijn. De gevorderde voorziening werd geweigerd en LVA c.s. werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot onmiddellijke stopzetting van de herbeoordelingen af en veroordeelt eisers in de proceskosten.