ECLI:NL:RBAMS:2005:AU8693
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- F.M.P.M. Strengers
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij arbeidsovereenkomst met buitenlandse werkgever
De werknemer trad in januari 2002 in dienst bij een buitenlandse werkgever, REL, gevestigd in Londen, met een arbeidscontract onder Engels recht en een forumkeuze voor Engelse gerechten. Gedurende zijn dienstverband werkte hij voor meerdere opdrachtgevers in verschillende landen, waaronder Nederland, Duitsland, België, Groot-Brittannië en Spanje. Hoewel hij sinds eind 2003 in Nederland woonachtig was en het grootste deel van zijn arbeidstijd in Nederland doorbracht, was REL niet in Nederland gevestigd.
De werknemer werd in juni 2005 ziek en kreeg in augustus 2005 ontslag om bedrijfseconomische redenen. Hij stelde dat de opzegging nietig was en vorderde betaling van loon en schadevergoeding. REL voerde verweer dat de Nederlandse rechter niet bevoegd was, gezien de forumkeuze en het toepasselijke Engelse recht.
De kantonrechter onderzocht de bevoegdheid aan de hand van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de EEX-Verordening en relevante jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU. Geconcludeerd werd dat de plaats waar de werknemer gewoonlijk zijn arbeid verrichtte, bepalend is voor de bevoegdheid. Hoewel de werknemer 57% van zijn werkdagen in Nederland werkte, waren de werkzaamheden verspreid over meerdere landen en was het belangrijkste deel van zijn verplichtingen niet in Nederland vervuld.
Daarom oordeelde de rechter dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht had en verklaarde zich onbevoegd. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten. Deze uitspraak benadrukt de complexiteit van grensoverschrijdende arbeidsrelaties en de toepassing van Europese regels op bevoegdheid en toepasselijk recht.
Uitkomst: De Nederlandse rechter verklaart zich onbevoegd wegens ontbreken van rechtsmacht.