ECLI:NL:RBAMS:2005:AZ8051
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. van Hees
- Rechtspraak.nl
Verrekening huwelijkse voorwaarden na echtscheiding met periodiek verrekenbeding
Partijen waren gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap en een periodiek verrekenbeding. Na hun feitelijke uiteengaan op 28 april 2000 ontstond een geschil over de verrekening van het vermogen, waaronder de overwaarde van de woning en diverse levensverzekeringspolissen.
De rechtbank stelde de waarde van de woning vast op €400.000 en het te verrekenen bedrag op €48.195,66. Daarnaast werden de waarden van verschillende verzekeringspolissen per peildatum vastgesteld, waarover de ex-echtgenote aanspraak maakte op de helft. De ex-echtgenoot voerde onder meer aan dat vanwege fiscale latentie slechts 50% van de poliswaarden verrekend zou moeten worden, maar dit werd door de rechtbank verworpen.
De rechtbank oordeelde dat het beroep van de ex-echtgenoot op het beding dat verrekening vervalt na beëindiging van de samenleving niet langer werd gehandhaafd en bovendien onaanvaardbaar was op grond van redelijkheid en billijkheid. De ex-echtgenoot werd veroordeeld tot betaling van €112.203,21 aan de ex-echtgenote, uitvoerbaar bij voorraad. Proceskosten werden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: De ex-echtgenoot wordt veroordeeld tot betaling van €112.203,21 aan de ex-echtgenote, uitvoerbaar bij voorraad.